Of ik een strijkbout voor één euro wil? De jongen kijkt me vriendelijk doch beslist aan. Hij duwt zijn grote brillenglazen terug zijn neus op. Ik weet toch ook wel dat één euro eigenlijk voor niets is? Het broertje ziet mij en ruikt bloed, want ook hij komt nu naderbij. Hij laat zijn buidel rinkelen. De muntstukken, verdiend met kleurplaten, oude schaatsen en een incomplete legpuzzel, laten het trotse geluid horen van twee jongemannen die vanavond hun ouders de ogen uit gaan steken. 'Zelf verdiend, pap! Zelfs de strijkbout hebben we verkocht, weetjewel, die waarvan mama zei dat ze hem nooit meer wilde zien!'.
Nu is het zo dat ik nooit mijn kleren strijk. Broeken kreuken vanzelf uit, ondergoed kan niet tegen de stoom en bij bloezen moet je gewoon alle knoopjes dicht doen. Simpel. Toen ik vroeger mijn moeder zelfs de vaatdoeken zag strijken, wist ik het zeker: dat nooit. Maar hoe leg je dat uit aan twee geboren handelaars van nog geen tien? Hoe leg je het bovendien aan jezelf uit? 'Wilde je die twee jongens niet eens een euro geven voor een strijkbout? Jij hebt ook niet veel gevoel voor kinderen, hè?' En dat voor een juf. Nee, gekocht moest er worden, en snel.
Wanhopig laat ik mijn blik gaan over de plaid, waarop de broers hun waar hebben uitgestald. Een knuffel van Mickey Mouse dan? Nee, hij mist een oog. O, daar ligt een verpakking van Scrabble. Jammer dat ik niet goed tegen mijn verlies kan. Gelukkig zie ik op dat moment de Olijke Tweeling. Ik moet de leeftijd van deze jongens hebben gehad, toen ik de boeken uit die reeks stuklas. 'Ik geef jullie er één euro vijftig voor', zeg ik. De broers kijken elkaar aan, en daarna richt hun geamuseerde blik zich op mij. Daar doen ze het voor. De Olijke Tweeling gaat in mijn tas, we zeggen gedag en ik loop door. Jammer dat zij onbetaalbaar zijn.
Nu is het zo dat ik nooit mijn kleren strijk. Broeken kreuken vanzelf uit, ondergoed kan niet tegen de stoom en bij bloezen moet je gewoon alle knoopjes dicht doen. Simpel. Toen ik vroeger mijn moeder zelfs de vaatdoeken zag strijken, wist ik het zeker: dat nooit. Maar hoe leg je dat uit aan twee geboren handelaars van nog geen tien? Hoe leg je het bovendien aan jezelf uit? 'Wilde je die twee jongens niet eens een euro geven voor een strijkbout? Jij hebt ook niet veel gevoel voor kinderen, hè?' En dat voor een juf. Nee, gekocht moest er worden, en snel.
Wanhopig laat ik mijn blik gaan over de plaid, waarop de broers hun waar hebben uitgestald. Een knuffel van Mickey Mouse dan? Nee, hij mist een oog. O, daar ligt een verpakking van Scrabble. Jammer dat ik niet goed tegen mijn verlies kan. Gelukkig zie ik op dat moment de Olijke Tweeling. Ik moet de leeftijd van deze jongens hebben gehad, toen ik de boeken uit die reeks stuklas. 'Ik geef jullie er één euro vijftig voor', zeg ik. De broers kijken elkaar aan, en daarna richt hun geamuseerde blik zich op mij. Daar doen ze het voor. De Olijke Tweeling gaat in mijn tas, we zeggen gedag en ik loop door. Jammer dat zij onbetaalbaar zijn.