zaterdag 7 februari 2009

Koninginnedag - Een Impressie

Of ik een strijkbout voor één euro wil? De jongen kijkt me vriendelijk doch beslist aan. Hij duwt zijn grote brillenglazen terug zijn neus op. Ik weet toch ook wel dat één euro eigenlijk voor niets is? Het broertje ziet mij en ruikt bloed, want ook hij komt nu naderbij. Hij laat zijn buidel rinkelen. De muntstukken, verdiend met kleurplaten, oude schaatsen en een incomplete legpuzzel, laten het trotse geluid horen van twee jongemannen die vanavond hun ouders de ogen uit gaan steken. 'Zelf verdiend, pap! Zelfs de strijkbout hebben we verkocht, weetjewel, die waarvan mama zei dat ze hem nooit meer wilde zien!'.

Nu is het zo dat ik nooit mijn kleren strijk. Broeken kreuken vanzelf uit, ondergoed kan niet tegen de stoom en bij bloezen moet je gewoon alle knoopjes dicht doen. Simpel. Toen ik vroeger mijn moeder zelfs de vaatdoeken zag strijken, wist ik het zeker: dat nooit. Maar hoe leg je dat uit aan twee geboren handelaars van nog geen tien? Hoe leg je het bovendien aan jezelf uit? 'Wilde je die twee jongens niet eens een euro geven voor een strijkbout? Jij hebt ook niet veel gevoel voor kinderen, hè?' En dat voor een juf. Nee, gekocht moest er worden, en snel.

Wanhopig laat ik mijn blik gaan over de plaid, waarop de broers hun waar hebben uitgestald. Een knuffel van Mickey Mouse dan? Nee, hij mist een oog. O, daar ligt een verpakking van Scrabble. Jammer dat ik niet goed tegen mijn verlies kan. Gelukkig zie ik op dat moment de Olijke Tweeling. Ik moet de leeftijd van deze jongens hebben gehad, toen ik de boeken uit die reeks stuklas. 'Ik geef jullie er één euro vijftig voor', zeg ik. De broers kijken elkaar aan, en daarna richt hun geamuseerde blik zich op mij. Daar doen ze het voor. De Olijke Tweeling gaat in mijn tas, we zeggen gedag en ik loop door. Jammer dat zij onbetaalbaar zijn.

De Dag Doorkomen

Geregeld vraag ik mij af hoe ik eigenlijk de dag doorkom. Dat bedoel ik niet in de emotionele of filosofische zin van het woord, maar puur praktisch. Ik weet dat er mensen zijn die echt twee linkerhanden hebben. Zij kunnen nog geen blik verf vastpakken, of ze zitten al onder de spetters. Voorlopig schaar ik me echter nog niet onder hun categorie. In mijn geval is het meer een vorm van mentale onhandigheid. Dankzij of ondanks mijn handelen, gebeuren er ineens de meest merkwaardige dingen. Een korte samenvatting.

Plotseling een blauwe plek op je knie zien en je afvragen wanneer en hoe die daar gekomen is. Naar de keuken lopen en onderweg tegen drie verschillende kastjes stoten. In de winkel staan en spontaan vergeten wat je ook al weer kopen wilde. Dan maar een lijstje de volgende keer. Eenmaal thuis inderdaad de vuilniszakken vergeten blijken te zijn, terwijl het jouw beurt was om ze te kopen. De orchidee te veel en de cactus te weinig water geven, en toch verbaasd zijn als ze uitdrogen. Als het erg hard regent, en de paraplu nergens te vinden is, toch naar buiten gaan en dus met ijskoude voeten thuiskomen. Een kledingkast in aanbouw zien staan in je kamer, waar je liever niet aan begint. Je oorbellen zien wegspoelen door de wasbak, net toen je dacht dat het niet zo slim zou zijn om ze daar neer te leggen. Naar de dokter bellen als je ziek bent, en dan te horen krijgen dat de dokter zelf ook ziek is. Tegen beter weten toch met die jongen uitgaan, die het - inderdaad, je vriendinnen zeiden het al - niet blijkt te zijn. Een dure jurk laten stomen, en hem gratis een maatje kleiner terug krijgen. Koken, maar niet met de smaak die je moeder aan hetzelfde gerecht geeft. En dan hebben we het nog niet eens gehad over valpartijen, mislukte pannenkoeken en te krappe schoenen.

Achteraf gezien had ik het aan kunnen zien komen. Het gebeurde tijdens een les handenarbeid, op de basisschool nog. De meisjes naaiden een jurkje voor hun pop, de jongens een korte broek voor hun Ken. Ik had al een pop, dus ik hoefde haar alleen maar aan te kleden. Hoe echter bij juist mijn pop het hoofd onder de jurk kon verdwijnen - en vastgenaaid bleek - is altijd een raadsel voor de juf gebleven. Ik wist echter dat mijn handen iets zouden doen, dat buiten mij om zou gaan. Gelukkig maar. Want hoewel mijn pop maar half was aangekleed, was ze wel geheel zichzelf. En haar hoofd? Ach, op de juiste momenten weet ze precies wat ze moet doen.