‘The new best thing in town: empathy’
Frans de Waal, Een tijd voor empathie. Wat de natuur ons leert over een betere samenleving, uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen 2009, 302 blz., € 24,95. Oorspronkelijke titel: The Age of Empathy; Nature’s Lessons for a Kinder Society. Nederlandse vertaling: Guus Houtzager.
Eén van de kleine geneugtes van het leven bestaat eruit om stiekem Undercover Boss te volgen op RTL4, terwijl ik op dat moment geacht word te kijken naar high-brow programma’s als Nieuwsuur en Zembla. In Undercover Boss zien we namelijk hoe de directeur van een miljoenenbedrijf zijn pak in de kast hangt en zich incognito op de werkvloer begeeft. Op deze manier kan hij ongemerkt bekijken hoe zijn medewerkers werkelijk hun werkzaamheden uitvoeren en hoort hij hoe zij hun werkgever beoordelen. Aan het eind van het programma realiseert de directeur zich – vaak in tranen – hoe hard zijn werknemers zich voor hem inzetten en hoe weinig waardering hij daar in het verleden voor heeft laten blijken. In de slotscène, waarin hij zijn ware identiteit aan het personeel openbaart, toont hij berouw en zet hij een nieuwe koers uit met ruimte voor kinderdagopvang, bonusregelingen en betere arbeidsomstandigheden. De vioolmuziek van RTL4 omlijst de boodschap nog eens: de directeur ziet niet langer de cijfers, maar de mensen. Hebzucht is uit, empathie is in.
De bedenkers van Undercover Boss hebben goed geluisterd naar de centrale boodschap die Frans de Waal verkondigt in zijn nieuwste boek: Een tijd voor empathie. Wat de natuur ons leert over een betere samenleving. In dit boek, in het Engels verschenen onder de titel The Age of Empathy; Nature’s Lessons for a Kinder Society onderzoekt De Waal wat voor licht de biologie werpt op de voorwaarden voor een humane samenleving. Welke samenleving past het beste bij de mens, gekeken naar onze biologische constitutie? Het uitgangspunt dat De Waal hierin aanhoudt, is zijn overtuiging dat het juristen, economen en politicologen aan methoden ontbreekt om objectief naar hun eigen samenleving te kijken. De enige manier om na te denken over een samenleving die recht doet aan ons als menssoort, is door gebruik te maken van de kennis die bijeengebracht is door de psychologie, biologie en neurowetenschap. De Waal - van origine bioloog en nu hoogleraar psychologie aan de Emory University in Atlanta en directeur van Living Links (onderdeel van het Yerkes National Primate Research Center) – behandelt in dit boek voor deze vraag de disciplines waar hij thuis in is: de biologie en de psychologie.
Het is erg interessant om een politieke theorie onderbouwd te zien worden aan de hand van wetenschappelijke resultaten over de biologische constitutie van de mens. De Waal, die al dertig jaar onderzoek doet naar het gedrag van mensapen en op basis hiervan parallellen met het gedrag van de mens onderzoekt, geeft in ieder hoofdstuk overtuigende voorbeelden voor zijn belangrijkste stelling: de mens is een groepsdier, uiterst coöperatief, gevoelig voor onrecht en soms oorlogszuchtig, maar meestal vredelievend. Het type samenleving dat het meest recht doet aan deze natuur, is een samenleving waarin empathie, het zich verplaatsen in de emoties van andere mensen en op basis daarvan gehoor geven aan emotionele banden, als essentieel gezien wordt in de omgang tussen mensen. De reden dat onze huidige samenleving in plaats daarvan gevoed wordt door opvattingen dat de mens ‘van nature’ oorlogszuchtig, zelfzuchtig en uiterst individueel is aangelegd en daarom een samenleving propageert waarin economische onafhankelijkheid en jacht naar status als hoogste deugden gezien worden, komt voort uit wat De Waal drie ‘oorsprongsmythen’ noemt.
De eerste onjuiste mythe over onze natuurlijke staat beschrijft hoe onze voorouders over de savanne heersten. Uit deze opvatting komt de gedachte voort dat de mens van nature gewend is bovenaan de voedselketen te staan en geen rekening te houden met ondergeschikten. In werkelijkheid, zo toont de Waal in drie hoofdstukken aan, moeten primaten als groep opereren en constant rekening houden met elkaars behoeften om te kunnen overleven. Deze reflexen gaan terug tot de diepste en oudste lagen van onze hersenen die we met veel dieren gemeen hebben, niet alleen met zoogdieren (denk aan de scholen waarin vissen leven). Veiligheid, aldus de Waal, is de allerbelangrijkste reden voor iedere vorm van een sociaal leven, en kan alleen bereikt wordt door uit te gaan van andermans fysieke en geestelijke behoeften. Het moge duidelijk zijn dat de aanname van Thomas Hobbes, homo homini lupus, bij De Waal zou moeten veranderen in homo homini homo.
De tweede oorsprongsmythe houdt in dat de menselijke samenleving een vrijwillige schepping is van de autonome mens. Zo wordt het ‘sociale contract’ van Rousseau, waarin de samenleving wordt voorgesteld als een door onderhandeling geregeld compromis, door De Waal in twee hoofdstukken verpulverd: het gedachtegoed dat aan deze stelling voorafgaat, berust in het geheel niet op feiten. In werkelijkheid zijn alle primaten voor hun overleving volstrekt van elkaar afhankelijk en zouden zij niet eens iets kúnnen uitruilen, laat staan hierover kunnen discussiëren. Sterker nog, hoe groter het samenlevingsverband waarin dieren leven (zoals de mens nu doet), hoe kwetsbaarder de soort.
De derde onjuiste oorsprongsmythe houdt in dat onze soort al zolang hij bestaat, oorlog voert. De Waal ziet in een marcherend leger echter geen agressie tot uiting komen, maar een illustratie van het instinct van de kudde in uiterste staat van paraatheid. Onderzoek van de antropologe Elizabeth Marshall Thomas naar de zogenaamde ‘Bosjesmannen’ in Zuidwest-Afrika (een groep mensen die al duizenden jaren op dezelfde manier leeft in een grasrijk, open ecosysteem en als zodanig te vergelijken is met hoe onze voorouders op de savannes geleefd moeten hebben) wijst uit dat zij voedsel en water delen met andere stammen, hun kinderen uithuwelijken aan naburige groepen en geen wapens vervaardigen. Gecombineerd met De Waals eigen onderzoek naar agressie onder primaten (dat zeker voorkomt, maar nooit als allesbepalend fundament in de onderlinge omgang) vermoedt hij dat de voorouders van de mens lange perioden van vrede en harmonie kenden, afgewisseld met korte intervallen van gewelddadige confrontatie. De tegenovergestelde visie, zoals verwoord door Winston Churchill na afloop van de Tweede Wereldoorlog (‘Het verhaal van het menselijk ras is een verhaal van oorlog. Afgezien van korte, onbestendige intervallen is er nooit vrede op de wereld geweest’) houdt voor De Waal dan ook geen stand: ‘Je eigen verwanten doden brengt op de lange duur nooit succes’. De vorige Amerikaanse regering met haar war on terror komt er in dit boek dan ook bekaaid vanaf.
Nadat deze drie stellingen zijn geponeerd, is het tijd om De Waals eigen visie op een goede samenleving voor de mens naar voren te brengen: om recht te doen aan wat ons definieert als nazaat van de primaten, is het essentieel dat iedere vorm van samenleven tussen mensen gestuurd wordt vanuit de opvatting dat wij alleen in combinatie met de ander kunnen overleven. Uit ieder onderzoek onder mensen komt dan ook naar voren dat men niet in de rijkste landen het gelukkigst is, maar in landen waar het meeste vertrouwen onder burgers heerst. De ‘onzichtbare hand’ van de vrije markt is dan geen helper van de mens om zijn leven onder optimale omstandigheden te kunnen leiden, maar juist een verstikkende vuist die onze menselijke natuur onderdrukt. Alleen een samenleving waarin ieder individu met elkaar verbonden is en in onderlinge afhankelijkheid samenleeft, kan een samenleving zijn waarin aan onze diepste behoeften voldaan wordt.
De kracht van dit boek schuilt in de drift en overtuigingskracht van de auteur en het enthousiasme waarmee hij zijn redeneringen illustreert met aansprekende parallellen uit het dierenrijk. Tegelijkertijd moet de lezer het boek om dezelfde reden een paar keer wegleggen: De Waal slaat zijn publiek soms bijna murw met zijn krachtige optreden en gepassioneerde manier van redeneren. Daarnaast maakt hij weliswaar gebruik van onderzoeken die zijn eigen uitkomsten ondersteunen, maar lezen we – afgezien van Richard Dawkins, die ooit over De Waal zei dat deze zich ‘dichterlijke vrijheden permitteerde ten aanzien van dierlijke vriendelijkheid’ – weinig andere biologen over bovenstaande resultaten, ook niet als onderdeel van de redenering om aan te tonen dat zijn stelling hier juist boven staat. Afgezien hiervan echter, is Een tijd voor empathie een prachtig boek om met kerst (de enige periode die in de buurt komt van de ideale samenleving voor de mens!) aan een bevriende jurist, econoom of filosoof te geven. Gecombineerd met een seizoen van Undercover Boss, natuurlijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten